Een parade van grote zeilschepen uit het verleden trok gisteren aan de kades van het Noordzeekanaal voorbij. Ik had de mazzel om tijdens de SAIL-In parade al het moois vanaf een bootje te aanschouwen.
Zonder al te veel fantasie waande ik me in de tijden van weleer. De Halve Maen en de Zweedse Götheborg zijn replica’s van schepen uit de Gouden Eeuw. Het is niet moeilijk je voor te stellen hoe in de 17e eeuw meerdere schepen van dit kaliber aan de kades van Amsterdam hebben gelegen. Wat een ervaring moet dat zijn geweest; de wereld over op zo’n houten zeilschip.
“Zonder al te veel fantasie waande ik
me in de tijden van weleer”
Alle kleine bootjes – waaronder het bootje waarin ik mij bevond – voeren als een school vissen, vlak langs elkaar richting Amsterdam. Tussen die kleine bootjes werden de tall ships steeds groter. Het
langste zeilschip is de Sedov. Dit van oorsprong Duitse schip is niet zozeer mooi, maar met name indrukwekkend vanwege haar afmeting.
“Mannen met baarden, liefhebbers
van het varend erfgoed dat Nederland rijk is”
Eenmaal aangekomen in de IJhaven, tref ik nog honderden kleinere bootjes. Minder imposant, maar oh zo sympathiek: de botters die vroeger vanaf de randmeren op de Zuiderzee visten, de Friese skûtjes en de oude sleepboten. En op en rond deze schepen, de mannen met baarden, liefhebbers van het varend erfgoed dat Nederland rijk is.

Wat een beleving! Als jij de kans hebt, grijp ‘m en kom naar Amsterdam. Het is tenslotte maar één keer in de vijf jaar Sail. Komend weekeinde ga ik zeker nog een paar keer genieten. Helaas niet vanaf het water. De eerstvolgende keer dat ik weer op een boot zit is puur praktisch, voor de overtocht van Duinkerken naar Dover.





